
De wortel belandt op de grond. De courgette wordt niet aangeraakt. Je kindje likt aan een stukje paprika en laat het vervolgens liggen. En jij denkt: hoe krijg ik die groente naar binnen?
Ik hoor dit vaak van ouders met een kindje tussen de 1 en 2 jaar. Eerst werden de hapjes gegeten en nu lijkt je dreumes steeds minder te lusten. Dat kan frustrerend zijn, zeker als je tijd hebt gestoken in het koken. Je wilt dat je kind gezond eet en genoeg binnenkrijgt. Dus kijk je tijdens het eten hoeveel er van het bord verdwijnt. Als de groente blijft liggen, maak je je zorgen. Voor je het weet, ben je aan het tellen, aanmoedigen en onderhandelen. En eindigt een maaltijd die je gezellig wilde houden in frustratie.
Ik wil je in deze blog helpen om anders naar zo’n eetmoment te kijken. Leren eten is een vaardigheid. Je dreumes oefent met smaken, geuren en structuren. Een stukje paprika vasthouden, eraan ruiken of eraan likken hoort daar ook bij. Zelfs als het daarna weer op het bord wordt gelegd. Daarom stel ik ouders graag deze vraag: hoe help je je kindje om groente te leren kennen en te proeven? Met die vraag zie je ook de stappen die voorafgaan aan het opeten. Dat geeft je meer mogelijkheden om te oefenen, zonder dat iedere hap een onderhandeling wordt.
Ik laat je zien hoe je dat thuis aanpakt, wat je kunt zeggen als je dreumes groente weigert en waarom een oefenmoment overdag soms beter past dan tijdens het avondeten.
Een stukje paprika vastpakken of zelfs zien is ook oefenen
Als je alleen kijkt naar hoeveel er gegeten is, lijkt er weinig gebeurd. Misschien denk je: daar ligt die paprika weer, er is opnieuw geen groente gegeten. Maar je kindje heeft de paprika aangeraakt, de structuur gevoeld en de smaak geproefd. Daarmee heeft je dreumes geoefend.
Ik merk dat ouders vaak vooral letten op het opeten. Hoeveel hapjes zijn er naar binnen gegaan? Hoeveel groente ligt er nog op het bord? Dat snap ik, want je wilt dat je kindje genoeg binnenkrijgt. Maar kauwen en doorslikken is de laatste stap van het leerproces. Daar gaan andere ervaringen aan vooraf, die je makkelijk over het hoofd ziet als je alleen naar een leeg bord kijkt.
In mijn uitleg maak ik onderscheid tussen verschillende stappen:
- Kijken: je kindje ziet de groente op tafel of ziet jou ervan eten.
- Aanraken: je kindje houdt de groente vast of helpt met wassen.
- Ruiken: je kindje ontdekt hoe de groente ruikt.
- Proeven: je kindje likt eraan of neemt een hapje.
- Eten: je kindje kauwt en slikt de groente door.
Je hoeft deze stappen niet af te werken. Ik gebruik ze om te laten zien hoeveel er al kan gebeuren voordat je kindje iets opeet. Misschien wilde je dreumes de paprika eerst niet op het bord hebben en wordt die vandaag wel vastgepakt. Of bleef de broccoli steeds onaangeraakt liggen en helpt je kindje nu om die te wassen. Ook dat mag je als een succesmoment zien.
Probeer dit: bied dezelfde groente drie dagen aan
Kies een groente die je dreumes op dit moment lastig vindt. Bijvoorbeeld broccoli, bloemkool of sperziebonen. Bied die groente de komende drie dagen iedere dag een keer aan. Maak er een oefenmoment van, zonder de afspraak dat je kindje moet proeven. Laat het onderhandelen over hapjes achterwege. Je kunt wel nieuwsgierigheid en zelfstandigheid stimuleren. Bijvoorbeeld met:
“Wil je de broccoli op je bord of op een apart bordje?”
“Zullen we er samen aan ruiken?”
“Wil je de grote lepel of de kleine lepel?”
Zo geef je je kindje iets te kiezen, zonder te sturen op hoeveel er gegeten moet worden.
Die drie dagen zijn een begin om te oefenen, geen termijn waarbinnen je dreumes de groente moet lusten. Kijk wat je kindje doet en blijf ruimte geven om te ontdekken.
Bewaar groente niet alleen voor het avondeten
Veel ouders bieden groente vooral aan bij de avondmaaltijd. Maar na een dag vol spelen en indrukken kan je dreumes moe zijn. Dan is iets nieuws proberen soms te veel gevraagd. Ik laat ouders daarom ook oefenen op een ander moment van de dag. Bijvoorbeeld bij de lunch of tijdens een gepland tussendoortjes moment. Kies een bereiding en structuur die je kindje veilig kan eten. Ook wat er naast de groente ligt, kan verschil maken. Als je dreumes kan kiezen tussen vertrouwde pasta en broccoli, blijft de broccoli misschien liggen. Op een apart groentemoment krijgt die groente meer aandacht. Dat kan ook voor jou rust geven. Het avondeten is dan niet meer het enige moment waarop je kindje met groente kan oefenen..
Ik help je hier verder mee in Fase 4
Misschien wil je hiermee aan de slag, maar vraag je je af: welke groente bied ik aan? Hoe bereid ik die? Hoe vaak herhaal ik? En wat zeg ik als mijn kindje weigert? Daarvoor heb ik Fase 4 voor dreumessen van 1 tot 2 jaar ontwikkeld. Je krijgt een vierwekenplan waarin je ziet wat je op welke dag aanbiedt. Zo maak je ruimte voor een dagelijks groentemoment, zonder zelf iedere dag een plan te bedenken.
Daarnaast leg ik uit wat er tussen 1 en 2 jaar verandert in het eetgedrag. Je leert hoe je reageert op weigeren, keuzes geeft, duidelijkheid biedt en plezier toevoegt. Met een maaltijdplan, een voorleesverhaaltje en 100 voorbeelden om de zelfstandigheid van je kindje te stimuleren, kun je thuis oefenen.
Je kunt Fase 4 volgen als vervolg op mijn eerste drie fases. Ook als je die niet hebt gevolgd, kun je starten.
Wil je weten wat je kunt aanbieden en hoe je reageert als je dreumes niet wil eten? In Fase 4 help ik je stap voor stap om samen te oefenen, met vertrouwen en plezier aan tafel.
➡️ Ga naar Fase 4!
Liever luisteren?
Veelgestelde vragen
Waarom wil mijn dreumes ineens geen groente meer eten?
Tussen de 1 en 2 jaar kan je kindje selectiever worden en meer zelf willen bepalen. Ook vermoeidheid en de situatie aan tafel kunnen meespelen. Ik adviseer om groente te blijven aanbieden zonder aan te dringen. Geef je kindje ruimte om opnieuw te kijken, voelen, ruiken en proeven..
Hoe vaak moet ik een groente aanbieden voordat mijn kindje eraan gewend raakt?
Daar is geen vast aantal voor. Het verschilt per kindje en per groente. Begin bijvoorbeeld met de oefening uit deze blog: bied dezelfde groente drie dagen aan zonder druk. Daarna kun je blijven herhalen. Die drie dagen zijn een start om te oefenen, geen deadline waarbinnen je kindje de groente moet lusten.
Hoe stimuleer ik mijn dreumes om te proeven zonder druk te zetten?
Ik richt me op nieuwsgierigheid en samen ontdekken. Laat je kindje helpen met wassen, bekijk de groente samen of bied een kleine keuze aan. Bijvoorbeeld: “Wil je de broccoli op je bord of op een apart bordje?” Je kindje mag ontdekken zonder verplicht te worden een hap te nemen.
Wat kan ik zeggen als mijn dreumes groente weigert?
Je hoeft je kindje niet te overtuigen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Je hoeft het niet op te eten. Het mag op je bord blijven liggen.” Of: “Je mag het aanraken als je wilt.” Ik zou zinnen als “Nog een hapje” en “Als je eet, krijg je een toetje” achterwege laten, zodat er geen onderhandeling ontstaat.
Moet ik iets anders klaarmaken als mijn dreumes de maaltijd niet eet?
Ik zou niet na iedere weigering een vervangende maaltijd maken. Je kunt vooraf al iets vertrouwds naast de andere onderdelen aanbieden. Zo heeft je kindje iets herkenbaars op het bord en blijft er ruimte om met andere smaken te oefenen. Houd vast aan een voorspelbaar ritme van maaltijden en tussendoormomenten. Leer je kindje ook de consequentie van de keuze om het niet te eten. Dit is belangrijk voor het leren van kaders. Prima als je kindje het niet opeet, maar pas bij het volgende eetmoment mag je kindje weer iets eten. In deze blog leg ik dat verder uit.
